Stellingen van mijn boek

Voor Uw Koninkrijk en Uw gerechtigheid

Voorbij de vervangingsleer! Maar wat nu? En wat te denken van al die Israëlfans

Als aanvulling op de VPE-verklaring, waarin zij afstand neemt van de vervangings leer, heb ik vijftien stellingen geformuleerd in de hoop, dat te onderbouwene te helpen doordenken wat daar de mogelijke consequenties van zijn worden. Bij elke stelling heb ik een hoofdstuk geschreven in mijn boek.

Inderdaad geen vervangingsleer meer, maar wie zijn wij dan?

1a) Wij geloven zoals in de positieverklaring van de VPE staat vermeld, dat God Israël niet heeft verstoten, noch dat de gemeente Israël heeft vervangen, zoals de vervangingsleer stelt. Ten onrechte hebben wij christenen eeuwen lang geloofd en gehandeld alsof wij als het 'Nieuwe Israël' zijn en in de plaats van Israël zijn gekomen.

1b) Als wij zeggen dat de 'kerk of gemeente' pas op de Pinksterdag, tijdens de uitstorting van de Heilige Geest is ontstaan, maken we een grote ondoordachte denkfout met ernstige konsekwenties. Toen die uitstorting tijdens het Wekenfeest of Sjavoe'ot op het Tempellein plaatsvond en niet in een bovenzaal, zoals zo vaak ten onrechte gedacht en uitgebeeld, was immers niet één heiden aanwezig en moest het woord christen nog uitgevonden worden. Er is niet minder dan een paradigmashift nodig en een inburgeringscursus om als Jafeth in de tenten van Sem te leren vertoeven en dankzij de aan ons geopenbaarde 'Jozef' onze identiteit in de Messias (zoon van David)  gaan verbinden (kesjer) met de God van Abraham (vader van volkeren), Izaäk (Moria) en het huis van Jabob (Betel) en te drinken van de sappen van de edele Olijfboom, dankzij de gave van de Heilige Geest, die ook ons ten deel is gevallen. Wee ons als wij het vok van God als Orpa met de nek blijven aankijken. Laten wij niet langer 'ruth-less'* zijn en een voorbeeld aan Ruth nemen, door een arm om Naomi heen te slaan en met haar mee te gaan en onze Losser juist ook daar mogen hervinden.

Gods plan met het Huis van Juda, Huis van Israël/Efraïm én de volkeren

2a) Wij geloven dat hoewel Joodse en niet-Joodse volgelingen van Jesjoea nu één zijn in de Messias, wij als gelovigen uit de volkeren, onze erfenis, zoals de verbonden, de beloften ervan en hun geschiedenis met God nog steeds danken aan onze Joodse broeders en zusters.

2b) Dat wij gelovigen uit de vokeren niet meer vreemdelingen en bijwoners zijn, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God zijn, is niet minder dan een groot geheimenis.

2c) Niet langer vervreemd van het burgerschap van Israël, kan voor hen die uit Efraïm zijn zelfs vervulling zijn van de profetie over de verening van het huis van Israël met het huis van Juda en is misschien wel het best bewaarde geheim, waarop Paulus doelde toen hij het over nog een keer over een geheimenis had, namelijk dat wanneer de 'volheid van de heidenen' in gaat, geheel Israël behouden zal worden.

Geen tweewegenleer voor ons behoud

3) Wij aanvaarden de weigering van het Joodse volk om Jezus van Nazareth als Messias te aanvaarden als een heilig 'geheimenis'.[1] Door hun val is immers de zaligheid tot ons heidenen gekomen (Rom. 11:11). Wij zijn blij met Joden die zich sterk maken voor de 'Heimholung Jesu'[2], maar wij wijzen een tweewegenleer af. Wij zijn des te meer blij met Joden die Jesjoea belijden en erkennen als hun Messias.

Herbouw van de vervallen soeka van David

4a) Wij geloven dat de Eeuwige bezig is de wereld met Zichzelf in Zijn Zoon te verzoenen, inclusief het herstel van Israël door de 'wederoprichting van alle dingen', zoals de herbouw van de vervallen hut van David, precies zoals de profeet Amos profeteerde en de apostel Jacobus voorzag (al tijdens het concilie van Jeruzalem, Hand. 15) en waarvan we nu voor onze ogen in Israël allerlei vervullingen kunnen zien.

4b) Om de ware blijde boodschap van het evangelie van de nabijheid van het Koninkrijk te begrijpen, moeten wij terug naar de tijd dat het volk een eigen koning wilde hebben, zoals de volkeren rondom én de tijd van de Makkabeeën en de Hasmoneeën, toen hogepriester de rol van een vorst aannamen. Met alleen het Nieuwe Testament, is het alsof wij halverwege de pauze binnenkomen en zien hoe de film afloopt, maar het plot niet echt begrijpen.

Besluiten concilie te Jeruzalem m.b.t. gelovigen uit de volkeren

5a) Wij scharen ons achter de pastorale brief[3], die tijdens het eerste concilie in Jeruzalem van Joodse gelovigen in de Messias werd opgesteld, waarin staat, dat gelovigen uit de volkeren ook volledig tot het Volk van God (d.i. Huis van Jakob) worden gerekend, zonder zich te hoeven besnijden volgens het gangbare bekeringsritueel, om toe te kunnen treden tot het Nieuwe Verbond. Wel moesten zij als blijk van hun bekering (besnijdenis van hun hart) daadwerkelijk laten blijken, afstand te nemen van afgoderij, bloed, het verstikte en ontucht[4] en vooral blijven leren van de Torah (wekelijks in de synagogen). Deze 4 toetredingsvoorschriften voor niet-Joden en het leren van de Torah heeft de kerk echter tot zijn schade tot op vandaag niet of nauwelijks ter harte genomen. Sterker nog zij hebben hen, die dat wel doen vervolgd en hen onterecht afgewezen als judaïstisch.

5b) Wij scharen ons achter het initiatief van Toward Jerusalem Council Twee, waarbij wij de 'Messias belijdende gelovige Joden' in Jeruzalem hun plek van leiderschap in de ecclesia teruggeven en de vraag nu omgekeerd is: kunnen Joden Jezus aanvaarden, zonder zich tot het christendom te bekeren?

5c) Dit besef heeft ongetwijfeld ook konsekwenties voor evangelisatie onder Joden. Het is meer gepast met hen over tesjoeva te praten of besnijdenis van het hart en hoe wij hun Messias hebben leren kennen. Op basis van hun natuurlijke besnijdenis behoren zij immers al tot het Verbond en zich onderdompelen (mikve) doen ze vast vaker dan wijzelf. Voorts kunnen wij hen ook stimuleren om op basis van het profetische Woord aliya maken, indien zij nog in de diaspora zijn.

Het Nieuwe Verbond heft de blijvende geldigheid van de Torah niet op, doch brengt die juist tot haar vervulling.

6a) Wij geloven dat het onderwijs van de Torah nog steeds van toepassing is. Wat de Torah vandaag nog wel én niet inhoudt en betekent, kunnen wij elke week leren, tijdens bijeenkomsten van onze Messiaanse medegelovigen en via hun publicaties. Wij willen daartoe zelfs stimuleren door het leesrooster met de wekelijkse Torah-porties van de synagoge (in Nederland) te volgen en door het organiseren van cursussen over Bijbels Hebreeuws of de Joodse wortels van het christendom.[5]

6b) Wij geloven tevens, dat Jesjoea niet kwam om de Torah af te schaffen, doch om die juist te vervullen. Door de verdwijning van de Tempel(dienst) – dientengevolge – is het wel zo, dat de Torah van Mozes niet onaangepast van toepassing kan zijn, zoals vooral de Brief aan de Hebreeën (Messiasbelijdende gelovigen) duidelijk maakt, waar zij spreekt dat met het herstel van de orde van Melchisedek er een verandering van wet is. Daar wordt uitgelegd, dat wij een Nieuw en beter Verbond hebben, dat wel een opvolging is van het Oude, maar niet een afschaffing daarvan. Jesjoea is als Hogepriester zelf de Middelaar en het doel daarvan.

6c) Wij moeten erkennen dat we Paulus woorden over de wet dikwijls verkeerd hebben begrepen en uitgelegd door geen of onvoldoende onderscheid te maken in zijn woordgebruik en woordenschat.

6d) Wij geloven met de Karaïten, niet in het gezag van de mondelinge overlevering, zoals is vastgelegd in de Misjna en de Talmoed van het rabbinale Jodendom. Het is een gemengde erfenis, waar veel geestelijk onderscheidingsvermogen voor nodig is en kennis van de historische context, motieven en overlevering. Net zoals Jesjoea aanvaringen had met Farizeeën, Schriftgeleerden en Sadduceeën, had Paulus dat ook.

6e) Een ijveraar voor de wet of iemand die Zijn Torah (geboden en inzettingen) wil houden is niet judaïstisch. Integendeel juist, zo iemand is een ware volgeling van zijn Meester. Judaïstisch is het volgen van leringen van mensen en eigen inzettingen, waarook Jesjoea zich tegen afzette. (Matt. 15)

Pas op voor de valkuilen van filosemitisme, judaïsme en antizionisme

7a) Wij geloven dat wij mede-erfgenaam zijn en dat het daarom niet nodig is, dat wijzelf Jood worden en daarom moeten wij zeker niet proberen om als 'jood te spelen'.

7b) Een tweede valkuil is een blind oog te hebben voor de neveneffecten van het politieke zionisme als ideologie, waarbij elke kritiek op de staat Israël wordt afgedaan als antizionisme of omgekeerd vanuit een filosemitisme alles geslikt wordt.

Onopgeefbaar verbonden

8) Wij geloven dat wij als gemeente onopgeefbaar verbonden[6] zijn met het Joodse volk en niet gezegend kunnen worden, zonder de relatie met onze 'oudste' broer te herstellen, door:

  • Erkenning van ons aandeel dat geleid heeft tot de grote scheuring en vijandschap in naam van Christus, kruis en kerk, waardoor wij ons schuldig hebben gemaakt aan christelijk antisemitisme
  • Troost door allerlei vormen van werken van liefde en sympathie
  • Hulp en steun in allerlei vorm. Vergelijk vooral Romeinen 15:27, waarin staat, dat wij dat zelfs verplicht zijn.
  • Getuigen van de hoop die in ons is
  • Als wachters op de muur om Sion's wil niet langer te zwijgen, totdat haar gerechtigheid opkomt als een lichtglans, en haar heil als een brandende fakkel. (Jesaja 62:1)

JHWH heeft in Zijn agenda op gezette tijden een afspraak met ons

9a) Wij geloven dat op het gebied van eten en drinken, feestdagen, nieuwe manen of sabbatten wij elkaar niets hoeven voor te schrijven (Rom. 14), doch wij geloven dat zoals de Eeuwige zijn volk op gezette tijden wilde ontmoeten, Hij dit nu ook nog wil. Zij zijn beslist meer dan slechts een schaduw, zoals de NBG dat foutief vertaald heeft. Zij zijn profetische voorafschaduwingen van dingen die zouden komen, het Koninkrijk van de Messias.
Daarom doen wij er goed aan Zijn tijden (mo'adiem) te leren kennen, zodat wij weten hoe laat het is op Gods kalender, die in de Bijbel wordt geleerd. Wij kunnen de feesttijden niet meer houden – er is immers geen tempeldienst meer, maar wij kunnen ze wel gedenken en vieren en bij uitstek adopteren als Gods onderricht (objectlessen ) aan volgende generaties. In de geest van de pastorale brief van Handelingen 15 zullen ook wij naar onze Joodse medegelovigen geloofwaardig moeten blijven, door ons te bekeren van de heidense invloeden, die in het bijzonder vanaf keizer Constantijn gemeengoed zijn geworden, tijdens Kerstmis (op de feestdag van Mithras) en Pasen (Eastern=Ishtar) en de dagen om heiligen te eren. Chanoeka en Poerim zijn bij uitstek wel zeer geschikte Joodse feesten om onze solidariteit met hen te betuigen. En tijdens Loofhuttenfeest is het voor onze Joodse broerders zelfs een eer om gelovigen uit de volkeren als gast in hun soeka te verwelkomen.

9b) Constantijn was tot op zijn sterfbed opperpriester van de zonnecultus. In 321 AD maakte hij de zondag tot verplichte rustdag, i.p.v. de sabbat. Als gemeenteleden thuis sabbat vieren, begrijpen wij dat, evenals als (Messiasbelijdende) gemeenten op zaterdag bijeenkomen. Niettemin geloven wij, dat het elke gemeente vrij staat, om ook op zondag[7] bijeen te komen.

9c) Wat eten en drinken betreft, doen wij er goed aan de voedingslessen van de Hemelse voedselbank ter harte te nemen. Ook de wetenschap stemt steeds meer mee in met deze voorschriften uit de Tora.

Gevaar van de bedelingenleer

10a) Wij geloven dat behalve de vervangingsleer ook de bedelingenleer schadelijk is voor het Koninkrijk van God. Hoewel terecht gewezen wordt op onvervulde profetieën voor het volk Israël, die nog in vervulling moeten gaan - vanuit een verlangen Gods woord recht te snijden in verschillende dispensaties van heil - leunt zij toch op een Griekse, want rationele en niet op een Bijbelse-Hebreeuwse hermeneutiek. Er is een toekomstig herstel van Gods koninkrijk op aarde, doch in afwachting daarvan, mogen we nu op aarde al deel uitmaken van dat Koninkrijk.

10b) De bedenkelijke en verlammende leer over een zogenaamde opname voor de grote verdrukking dient ten stelligste te worden afgewezen en bestreden. Zij berust op een onjuist en overbodig onderscheid tussen Israël en de gemeente en een onjuiste duiding en timing van de laatste bazuin. Niet alleen is zij schadelijk voor het getuigenis van de kerk, zij is ten diepste ook antisemitisch en bovendien Rooms van oorsprong.

Wat te denken van zionisten en christenen voor Israël?

11a) Wij erkennen dat er meerdere vormen van zionisme zijn en dat niet elke vorm even Bijbels is, zelfs niet elke christelijke vorm. Doch tegenover zowel rabbijnse vormen als christelijke vormen van antizionisme geloven wij, dat God zelf een Zionist is, dat Hij is opgestaan om Zich over Zion te ontfermen (Psalm 102:14) en in staat is om zowel seculiere regeringsleiders en ideologen als fundamentalistische gelovigen en kolonisten kan gebruiken om tot Zijn doel te komen.

11b) Wij geloven met de eerste christen-zionisten, die lazen over de beloften, dat de tijd was gekomen voor het Joodse volk om terug te keren naar het land Israël. En dat er geen andere land en volk ter wereld is dan Israël, dat zich kan beroepen op een door de Eeuwige Zelf ondertekende eigendomsakte. Daarbij is het wel van belang dat Juda niet moet denken, dat zij zelf geheel Israël is. Dat zou namelijk een omgekeerde vervangingsleer zijn.

Oprichting van de staat Israël en de terugkeer van de Joden

12a) Wij geloven dat de oprichting van de staat Israël en de terugkeer van de Joden vervulling is van profetie! Wij geloven dat Israëls onafhankelijkheid op vrijdag 5 Ijar 5708[8] (15 mei in het schrikkeljaar 1948) en Israëls verovering van Jeruzalem op 7 juni 1967 Gods uitroepteken was aan een wereld die toekeek, dat de profetische dienstregeling precies op tijd liep[9]. Die 14e mei viel precies voor de 7e sabbat van de omertelling op de dag voor Pinksteren, toen op 1 dag een natie werd geboren (Jesaja 66:6-7). Vanaf juni 1967 geldt dat Jeruzalem [afgezien van het Tempelcomplex] niet meer onder het bestuur van heidenen valt. De belangrijkste vervulling van Bijbelse profetie in de afgelopen 2000 jaar is echter de terugkeer van miljoenen Joden naar Israël, naar het Land van haar erfenis. Vergeleken met vooral de immigratie van vele Russische joden uit het Noorden, valt de exodus uit Egypte bijna in het niet. (Jeremia 16:14,15)[10]

12b) Wij geloven dat Judea en Samaria tot het hartland van Israël behoren en vanwege grote beloften*, niet voor niets door de vijand van JHWH betwist worden. De 'kolonisten' of beter gezegd pioniers in Judea en Samaria verdienen onze steun, en ook van de Knesset in Jeruzalem!
* Jeremia 31:5 en 6 Opnieuw zult u wijngaarden planten op de bergen van Samaria: de planters zullen planten en de vruchten genieten 6 Want er zal een dag zijn dat de wachters zullen roepen op het bergland van Efraïm: Sta op, laten wij opgaan naar Sion, naar JHWH, onze God!

12c) De verdeeldheid van de Joden nu is niet veel anders van die t.t.v. de Makkabeeën, toen een deel zich conformeerde aan de nieuwe wereldorde – het hellenisme van toen - en dat zelfs omarmde en een ander deel trouw vasthield aan de Tora. Niet iedereen die zich Jood noemt heeft het beste voor met de belangen van de Joodse staat, dan wel met Gods heilsplan voor een messiaans rijk.

Achtergronden van het Palestijns Arabisch-Israëlische conflict

13a) Wij geloven dat de strijd van Palestijnen en Israëliërs ten diepste een voortzetting is van de eeuwige broederstrijd tussen twee zaden: dat van Jakob en dat van Ezau en om niets minder gaat dan het eerstgeboorterecht. Wie immers het eerstgeboorterecht heeft, heeft recht over het Land!

13b) Pogingen van de natiën om het beloofde land te verdelen (en een Palestijnse staat te vestigen) zullen uitmonden in het Grote Rechtsgeding, dat JHWH zal hebben met de volkeren, ten tijde van Jakobs benauwdheid.

13c) Wij geloven dat JHWH een keer zal brengen in het lot van Juda en Jeruzalem en alle volkeren zal verzamelen in het dal van Josafat, waar Hij een rechtsgeding met hen voert, omdat zij zijn volk Israël, zijn eigendom, onder vreemde volken hebben verstrooid en zijn land hebben verdeeld. Joël 4:1-2

13c) Onze liefde voor Israël, is niet blind zijn voor het onrecht gedaan aan hun neven, minderheden of vreemdelingen. Wij willen onze Arabische broeders en zusters stimuleren mee te strijden voor Zijn Koninkrijk en Gerechtigheid, waarvan wij geloven, dat die dankzij het Nieuwe Verbond alleen in Jesjoea haMasjiach – Hij die twee tot een maakt - tot stand kan en zal komen.

Ismaël en de Arabieren

14) Wij geloven dat de Eeuwige ook Ismaël en zijn nazaten heeft gezegend en dat er een beloofde bestemming voor de Arabische volken en een broederschap tussen Arabieren en Joden klaar ligt om teruggevonden te worden.

Oude Testament is een dubbel foute term en heeft een ongelukkige indeling.

15a) Wij geloven dat het 'Oude Testament', noch oud is, noch een testament. Het is een onderscheid, dat al in de vroege kerk is ingeslopen, dankzij o.a. de dualistiche leer van Marcion, die de God van liefde uitspeelde tegen de wraak Gods. Als er al iets oud aan is, is dat het 'ancient' is. Wij pleiten voor de indeling van de Bijbel volgens de TeNaCh. Niet alleen vanwege het besef dat Esther, Ezra en Nehemia en de Kronieken van latere datum zijn dan Maleachi, doch ook omdat Mattheüs (die benadrukt dat Jesjoea de zoon van David is) beter aansluit op Kronieken en zo de continuïteit met het Vernieuwde Verbond (Brit Hadascha) meer recht doet.

15b) Om enige kennis te hebben van het grote gat tussen de Eerste en de Tweede canon, kunnen wij niet zonder de deuterocanonieke boeken (vooral de Makkabeeën): in het Grieks geschreven geschriften, die in tweede instantie met recht canoniek genoemd mogen worden. Daarnaast bevelen wij aan kennis te nemen van de werken van Flavius Josephus en van de geschiedenis die zich afspeelde tussen het einde van Handelingen en de Oorlog van Joden tegen de Romeinen (66-70), de lotgevallen van de joodse christenen en de grote scheuring die zich in de tweede eeuw voltrok tussen 'christenen', 'joden' en 'hebreeën'.

* The Ruth-less Church vs. The Role of christians in Israel's Redemption as Prophesied in The Book of Ruth - Matthew T. Wilson, YehuasHarvest.org, 2013

[1] De bijzondere scherpe formulering kwam ik tegen bij Frans van der Sar, in "Geloven in de dialoog", red. L.

Mock, E. Ottenheijm, S. Schoon, 2010.

[2] Joden die Jezus de plek willen geven die Hij oorspronkelijk in de Joodse wereld van het Nieuwe Testament had

[3] Herderlijk schrijven in Handelingen 15:23-31

[4] Niet te verwarren met de zgn. Noachitische geboden, die later door Rabbijnen zijn gedefinieerd.

[5] Zoals bijvoorbeeld de Aleph cursus http://www.studiehuisreshiet.nl/  of de Kesjer-cursus http://www.cgi-holland.nl/cgi/?page_id=385

[6] Zoals ook verwoord in de kerkorde van de PKN

[7] Zoals christenen in de vroege kerk gewoon waren om (tevens) op zaterdagavond (=begin van de zondag in Juda) avondmaal te vieren.

[8] De onafhankelijkheidsverklaring werd vrijdagmiddag de 14e om 16.00 afgekondigd, doch zou formeel pas om 0.00 uur op zaterdag de 15e ingaan..

[9] verenigd Jeruzalem door de Israëlische overheid

[10] snel groeiend aantal Messiaanse Joden, of Joodse Christenen.